(no subject)

Not I.

 

Vanuit het zwartst klinkt de tandenmond

Haar woordloos gillen galmend

Tong kapotgekauwd

Ogen opgeslokt

 

Ze hapt nog naar de handen

Tastend en tartend

Blijven zij buiten bereik

Tandenmond tergend

 

Ze kunnen niet anders

Dan gravend en grijpend blijven bewegen

Tot plots

 

De handen houvast vinden

Steen op steen bevoelen

Raadselachtig oprijzend

Belemmering

 

Mond murmelt zacht handen voelen voorzichtig

Allen vallen stil, komen samen, vallen aan

Tandenmond brengt zich ernaar toe

Opent zich

 

Bijt en breekt tanden

Splijt haar tandvlees

Terwijl de handen zich naakt graven

 

Kapot gewerkte vormen vallen

Geen beweging naast een koude muur

Niets dan duisternis

 

 

 

 

Fluf fluf fluf

 Hoor mijn verhaal van Joost en de vrouw zonder hoofd aan!




                                           

De beste herinnering van een dode vrouw.

 

Ik heb vijfenveertig jaar met dezelfde man in bed gelegen, elke nacht.

En toch, als ik aan mijn bed denk, dan stel ik me daar niet mijn man bij voor.

 

Dat moment dat hij daar ligt en ik sta in de schaduw, blote voeten op muf tapijt.

Eindelijk voel ik me overmoedig en geloof in het goede van de wereld.

Ik flits een foto door het stof van de kamer heen.

Hij slaat traag zijn ogen open en sluit ze weer, slow-motion.

Een zoete geur van zweet hangt in de kamer, als gebakken gehakt met pompoen.

 

Dat dat het enige is.

Het meest vooraanstaande.

Mijn favoriet.

 

God. Goed.

 

Ik was 45.

Dat was een mooie leeftijd.

Gewoon gemiddeld en onopvallend.

Dat was ik.

Met normaal haar

Doorsnee kleren.

Gemiddeld kijk- en rijgedrag.

 

Sowiezo, is het niet ongelooflijk egoïstisch om er maar één te kiezen?

Of kun je zeggen dat alle herinneringen in dienst hebben gestaan van het beste en slechtste wat je is overkomen?

 

Zijn vader stond in een hobby-zaak naar verfkwasten te kijken.

En toen zag ik hem, hij leek op kleine Jimmy. Maar ook op mijn broer. Eigenlijk leek hij op geen van beide maar hij had datgene dat mannen en jongens zo magisch en aantrekkelijk maakt: Een overmoedig geloof in zichzelf als baas van de wereld.

Hij had iets wat ik nooit heb gehad.

Het was prachtig.

 

Dit blijft puur tussen ons?

Dit verschrikkelijke exposé van je verleden,

dat is toch gewoon theater?

Ik dacht gewoon dood te gaan, afijn.

 

Dat moment, die dag voelde ik dat wij heel belangrijk waren.

Het was geen drift.

Het was een scheppingsdrang.

Een zacht en belangrijk gevoel dat mij zijn hand liet pakken.

Een samenzijn forceerde.

 

De streepschaduw van de luxaflex op zijn gezicht.

Terwijl zijn wimpers geplakt, zacht trillend, op de bolling van zijn wang lagen.

Zijn ademen dat twee keer zo snel als het mijne tegen mijn borstkas duwde. De ribbetjes die onder zijn vel lagen.

 

Hij heeft niet gehuild. Denk ik.

Ik wilde hem iets laten zien en voelen wat niet in zijn wereld voorkwam.

Iets waar hij níet de baas van zou kunnen zijn.

Ik denk dat hij zeven was.

 

Die avond aten we meerval met aardappelen.

Jim vroeg nog of ik iets had gedaan met mijn haar, ‘ik zag er zo goed uit’, zei hij.

‘Goed’, zei hij.

Ik lachte.

Die avond viel ik voor het eerst eerder in slaap dan hij.